home | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl


Waarschuwing
Religie/Christendom | To Hell And Back | 27 Augustus 2009 | 22:28:22
 
    "...Geachte lezer(es),
Ik schrijf jou deze brief omdat ik jou ernstig wil waarschuwen om alsjeblieft niet op deze vreselijke plaats te komen waar ik nu ben! De hel is echt een verschrikkelijke plaats. Ik lijd constant pijn in de vlammen! Omdat ik in mijn rijke aardse leven totaal aan God voorbij ben gegaan en alleen maar voor mijzelf en mijn tijdelijke pleziertjes leefde, ben ik nu hier in de hel. Ik weet dat het een rechtvaardig oordeel is...
...want de keuze om zonder God te willen leven heb ik zelf gemaakt. Vroeger toen ik nog op aarde leefde was ik een zeer rijke man. Ik kon alles doen en kopen, en hield elke dag in mijn villa een schitterend feest! Bij mijn voorportaal lag vaak een arme bedelaar, waarvan ik nu weet dat hij Lazarus heet. Ik weet nog wat ik dacht toen men zei: "De bedelaar, die altijd voor jou huis ligt is dood!" Ik dacht: Mooi, daar ben ik vanaf! Echter 23 dagen later stierf ik zelf, geheel onverwachts aan een hartaanval. Toen ik mijn ogen opsloeg onder de pijniging, zag ik Lazarus aan de overkant van de onoverkomelijke kloof zitten op schoot bij Abraham. Ik zag dat hij daar vertroost werd. Ik weet nu dat Lazarus in een schitterende woning bij God in de hemel woont, terwijl ik hier voor altijd en eeuwig vanuit een diepe put enorme pijn moet lijden, en waar het vuur nooit meer uitdooft! Ik had nog naar de overkant geroepen en gesmeekt: "Alsjeblieft Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus, opdat hij de top van zijn vinger in het water doopt om mijn tong af te koelen, want ik lijd pijn in deze vlam!" Maar helaas, het was tevergeefs. Toen bedacht ik, dat ik nog 5 broers op aarde had, en vroeg aan Abraham of het dan mogelijk was om Lazarus nog één keer naar de aarde terug te sturen om mijn broers ernstig te waarschuwen, opdat ze toch ook niet op deze vreselijke plaats terecht zullen komen! Ook dit verzoek werd niet ingewilligd, want zo werd er gezegd: "Als de mens niet naar Gods Woord wil luisteren, dan luistert hij ook niet als er iemand uit de dood opstaat!" Maar gelukkig mocht ik wel deze waarschuwingsbrief aan jou schrijven. Alsjeblieft, bekeer je toch tot Jezus Christus. Hij is voor al jou zonden gestorven aan het kruis. Hij is echt de enige Weg die niet uitkomt bij de poort van de hel, maar de enige Weg die naar de poort van de hemel leid! Maak nou niet dezelfde vergissing die ik vroeger maakte door aan God voorbij te gaan! Roep Jezus aan en volg Hem alleen, nu het nog kan! De hel is echt een vreselijke plaats! Geloof je mij niet? Lees mijn brief dan alsjeblieft nog eens goed na in de bijbel. Het staat in Lucas 16:19-31. Ook is het Jezus (God) zelf, die in de bijbel, op velen plaatsen (in het NT wel meer dan 40x) de mens waarschuwt voor de echtheid en de kwellingen van de hel. Met de waarschuwende groeten van de eens zo rijke man!
 
Photobucket - Video and Image Hosting
 
PS: Zie deze brief alsjeblieft niet als een bedreiging, maar als een liefdevolle waarschuwing van God, die echt niet wil dat jij in de hel komt, maar in de hemel bij Hem zult zijn! (2 Petrus 3:9) God heeft jou echter geschapen met een vrije wil. Dit betekent dat Hij je niet dwingen kan om je te bekeren tot Jezus. God is liefde, en liefde dwingt niet. Maar God is ook rechtvaardig en Hij kan daarom jou onvergeven zonden niet door de vingers zien. Daarom moet jij ook tot Jezus komen, wil je van het oordeel en de hel gered worden. Jezus heeft jou zonden-schuld aan het kruis betaald. Het is ja, (met Jezus - de hemel) of het is nee, (zonder Jezus - de hel) Jij maakt in dit leven zelf die keuze! Maar bedenk dit goed, ook als je helemaal niet kiest, en je laat alles maar in jou leven gaan zoals het is, heb je toch gekozen... Hopelijk niet tot ziens! U BENT GEWAARSCHUWD!!!!!

bron Wietse en Tineke van der Heide.
 
geef een reactie 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 286

Mag ik je kaartje?

Het Kerstfeest
Religie/Christendom | Welkom | 06 December 2008 | 11:03:22
 
Het Kerstfeest

Het is weer bijna kerst, de kerstbomen (echt of kunst) worden weer opgetuigd, de lichtjes in de boom en wat hebben we het weer gezellig samen. Wat mij opvalt aan kerst is dat een groot gedeelte van de wereld niets van Yeshua wil weten, maar wel zijn "geboorte" wil vieren, maar staat kerst eigenlijk wel voor de geboorte van Yeshua, of vieren wij zonder het zelf te beseffen iets anders? Is kerst bijbels? Komt dit feest wel van Elohim?

De dag waarop sindsdien de christenen van de meeste denominaties wereldwijd de geboorte van Yeshua haMashiach herdenken, 25 december, is echter niet alleen bij de Romeinen en Grieken een afgodisch feest van bijgeloof geweest, maar van oudsher verjoegen ook de Germanen, de Vikingen en de Kelten de boze geesten en vierden rond de 25e december het feest van de terugkeer van het licht, het zogenaamde midwinter- of joelfeest.

Doordat keizer Constantijn de geboortedag van Christus op de 25e december vastlegde, versmolt rond het jaar 381 ook in de gekerstende Noordeuropese landen het heidense feest van het licht met het christelijke feest van het licht en van de vrede. Zo maakte de rooms-katholieke kerk op deze manier handig gebruik van de enorme populariteit van het joelfeest om het christendom verder onder de heidenen te verspreiden. Door o.a. Yochanan (Johannes) 1:9 aan te halen: "Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld" en deze tekst over de geboorte van Yeshua haMashiach te combineren met Yochanan 8:12, waarin Hij zelf zegt: "Ik ben het Licht der wereld" was de link gelegd naar het joelfeest, want ook in dit Germaanse midwinterfeest staat het licht centraal. Dan staat immers de zon op het laagste punt en is de langste nacht overwonnen. Het licht keert weer terug en de dagen zullen weer langer worden. De zon keert zich van de duisternis weer naar het licht en de mensen geven elkaar op die dag cadeautjes, want de zonnegod is geboren! Ook hebben van oudsher allerlei boomrituelen tijdens het midwinterfeest plaatsgevonden. Zo werd de levensboom met blinkende ballen versierd. Volgens het oude bijgeloof bezaten deze heksenballen namelijk met hun blinkende uitstraling een onheil en heksen afwerende kracht en ook de talrijke boze geesten zouden erdoor gehypnotiseerd raken en dan in de ballen gevangen worden. Sommige oervolken hingen slingers in de levensboom om de boomgeest mild te stemmen. En zo komen ook de kerstballen en de kerstslingers evenals de kerstboom voort uit bijgeloof en de tradities van het joelfeest! Hierin vindt ook de kerstman zijn oorsprong. In de noordpoolgebieden en in Scandinavië vereerde men de tussen hemel en aarde reizende god Odin, die vaak in gezelschap van rendieren werd afgebeeld. Ze kwamen via de rookgaten [schoorstenen] de huizen binnen. Om hen gunstig te stemmen legde men ’s nachts voedsel voor hen neer. Veel kerstgebruiken komen dus voort uit puur bijgeloof en afgoderij. Daarom is het haast onbegrijpelijk dat de meeste christenen hier geen kwaad in zien. Ook al is men christen en viert men de geboorte van de Heiland, maar toch blijft men bijzonder hardnekkig vasthouden aan de heidense tradities en zo is het dus eigenlijk niet echt verwonderlijk dat tot de dag van vandaag in de Scandinavische landen het kerstfeest nog steeds zijn oorspronkelijke naam draagt: joel! Daar schrijft men het wel als jul, maar alleen in Denemarken spreekt men het uit als joel, terwijl men in Zweden en Noorwegen juul zegt. Ook in ons land komen veel oude boerengebruiken met de rituelen van de oude religie overeen. Al vele eeuwen lang ging het vieren van de heidense vruchtbaarheidsfeesten gepaard met het opsmukken en vereren van de bomen. Dit gebruik vinden we vandaag de dag niet alleen terug in het opsmukken van de kerstboom, maar ook de meiboom op het dorpsplein en niet te vergeten de versierde paastakjes.
De boom zorgde als symbool voor de vruchtbaarheid ervoor, dat het vee zich vermenigvuldigde en de vrouwen werden gezegend met kinderen. Deze boomrituelen zoals de kerstbomen in de kerk zijn echter een gruwel in de ogen des HEREN, want reeds in TeNaCH [het Oude Testament], waarschuwt de profeet Yir'm’yahu [Jeremia] voor deze heidense praktijken: "Zo zegt de Eeuwige: Gewent u niet aan de weg der volken en schrikt niet voor de tekenen aan de hemel, omdat de volken daarvoor schrikken. Want de handelwijze der volken, die is nietigheid: want als een stuk hout heeft men het uit het woud gehakt, arbeid van werkmanshanden met de bijl, met zilver en goud siert men het op, met spijkers en hamers maakt men het vast, zodat het niet waggelt"

Niet alleen wat de rituelen en tradities betreft, maar vooral de datum waarop het gevierd wordt. Het joelfeest begon in de nacht van de 24e op de 25e december en duurde twaalf nachten. Tegenwoordig kent men de "kerstkring", die begint met de feestelijke nachtmis op 24 december en eindigt met Driekoningen op 6 januari. Dat dit absoluut niets met de historische gebeurtenis in Betlehem te maken heeft ligt voor de hand! Ik heb een keer in een christelijk blad gelezen, dat Adon Yeshua er erg verdrietig om is, dat op Zijn geboortefeest tegenwoordig niet meer Hij zelf, maar de kerstman centraal staat! Maar eigenlijk kan men het beter omdraaien: Yeshua is er juist erg verdrietig om, dat men reeds eeuwenlang Zijn geboortefeest viert op de feestdag van de kerstman! Het zou dus echt bijbels zijn, als men de geboorte van Yeshua niet meer eind december, maar eind september zou herdenken en dan natuurlijk zonder kerstboom!

Voor het bewust onjuiste vastleggen van de geboortedag des Heren als algemene christelijke feestdag was echter iemand anders verantwoordelijk: namelijk keizer Constantijn, die het vroege christendom met het Romeinse heidendom vermengde, waaruit uiteindelijk de rooms-katholieke kerk ontstond. Door zijn verering van de zonnegod verklaarde hij in het jaar 321 n.C. de zondag tot rustdag in plaats van de Shabat, en dit heeft ertoe geleid dat men kerstmis op 25 december, het feest van de zonnegod ging vieren en daarmee rukte deze Romeinse keizer de Joodse Messias Yeshua niet alleen los van het Joodse volk om de Gemeente daardoor haar oorspronkelijke Joodse identiteit te ontnemen, maar hij koppelde de geboorte van Yeshua nu ook nog aan het door de Romeinen gevierde populaire feest van "Sol invictus" [de onoverwinnelijke zon)!

Welnu, ik ben van mening, dat het weinig uitmaakt op welke dag in de maand september wij de komst van onze Joodse Verlosser herdenken. De viering van het kerstfeest wordt immers noch in B'rit haChadasha (het Nieuwe Testament) noch in TeNaCH (het Oude Testament) vermeld. Het gaat er dus op de eerste plaats niet om, WANNEER de Mashiach is gekomen, maar DAT Hij is gekomen en dat Hij heel SPOEDIG ZAL WEDERKEREN! Als u DAT gelooft en Yeshua NU aanvaardt als uw door de profeten in TeNaCH beloofde Verlosser, dan is Hij HEDEN (haYom) tot u gekomen en dan mag u de tekst uit Lucas 2:10-11 ook persoonlijk opvatten: "Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is HEDEN de Heiland geboren, namelijk de Mashiach, de Here, in de stad van David!"
(Yir’m'yahu [Jeremia] 10:2-4). - Helaas hebben de protestanten deze en andere heidense practijken, die toen de rooms-katholieke kerk zijn binnengeslopen, ook na de reformatie laten voortbestaan.
 
 
geef een reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 453


Naastenliefde (3)
Religie/Christendom | Overdenking | 26 Oktober 2008 | 15:42:19
Naastenliefde (3)

Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen.
Vandaag: Lucas 10:29-37 en 1 Johannes 3:11-18

Lucas 10:29-37 (NBG)

29 Maar hij wilde zich rechtvaardigen en zei tot Jezus: En wie is mijn naaste? 30 Daarop hernam Jezus en zei: Een zeker mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem niet alleen uitschudden, maar ook slagen gaven en weggingen, terwijl zij hem halfdood lieten liggen. 31 Bij geval daalde een priester af langs die weg; en deze zag hem, doch ging aan de overzijde voorbij. 32 Evenzo ging ook een Leviet langs die plaats, en hij zag hem en ging aan de overzijde voorbij. 33 Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam in zijn nabijheid, en toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen. 34 En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, goot er olie en wijn op; en hij zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. 35 En de volgende dag stelde hij de waard twee schellingen ter hand en zei: Verzorg hem en mocht gij meer kosten hebben, dan zal ik ze u vergoeden, op mijn terugreis. 36 Wie van deze drie dunkt u, dat de naaste geweest is van de man, die in handen der rovers was gevallen? 37 Hij zei: Die hem barmhartigheid bewezen heeft. En Jezus zei tot hem: Ga heen, doe gij evenzo.

1 Johannes 3:11-18
11 Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt: dat wij elkander zouden liefhebben; 12 niet gelijk Kain: hij was uit de boze en vermoordde zijn broeder. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broeder rechtvaardig. 13 Verwondert u niet, broeders, wanneer de wereld u haat. 14 Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood. 15 Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft. 16 Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeders ons leven in te zetten. 17 Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem? 18 Kinderkens, laten wij liefhebben niet met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid.


Deze gelijkenis uit Lucas 10 laat zien op wat voor manier wij vriendelijkheid en liefde moeten betonen aan anderen en toont ons tevens hoever wij daarin moeten gaan.

Wij lezen dat het medelijden van de Samaritaan voor de gewonde reiziger zich niet beperkte tot gevoelens en indrukken. Hij gaf zich veel moeite om hem te helpen. Hij voelde niet alleen maar hij handelde ook naar zijn gevoel.
Hij spaarde kosten noch moeite om de man tot vriend te zijn. Ondanks het feit dat de man een vreemdeling was, ging hij naar hem toe, verbond zijn wonden, zette hem op zijn eigen beest (dit betekende dus dat hij vanaf daar zelf moest gaan lopen), bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. Bovendien betaalde hij ook nog voor zijn verzorging in de komende dagen (Luk.10:37).

Deze gelijkenis leert ons dat de vriendelijkheid van een christen voor anderen niet alleen gelegen moet zijn in woorden en de mond, maar ook in daden omgezet moet worden.
Zijn liefde moet een praktische liefde van opoffering en zelfverloochening zijn, zowel wat geld en tijd als inspanning betreft. Zijn liefde moet zich niet alleen openbaren in wat hij zegt, maar ook in wat hij doet, niet alleen in zijn belijden maar ook in zijn handelen.
Hij moet het niet als tijdverspilling zien even hard te werken voor mensen die hulp nodig hebben als anderen werken om geld te verdienen. Hij moet zich er niet voor schamen dat hij zich even hard inzet om de ellende in de wereld te verlichten als andere mensen zich inzetten om de hele dag door te brengen met sport en vermaak.

Zolang hij kan, moet hij een bereidwillig oor hebben voor iedere treurige geschiedenis en een helpende hand voor iedereen die in nood verkeert. Zulke broederliefde kan de wereld wellicht niet begrijpen. Het loon van dankbaarheid voor zulke liefde is zeer waarschijnlijk niet groot.
Maar met het tonen van zulke broederliefde wandelen we wel in de voetstappen van de Christus en brengen we de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan in praktijk.

Wat zijn wij zelf?
- Wat doen wij, ieder in onze eigen kring, om te laten zien dat deze geweldige gelijkenis één van onze dagelijkse leefregels is?
- Wat doen wij voor die mensen die op geestelijk, lichamelijk en materieel gebied problemen hebben? Er zijn heel veel van deze mensen om ons heen.
- Wat doen wij voor hen?

Doen wij iets voor hen of doen wij helemaal niets?
 
geef een reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 304


Naastenliefde (2)
Religie/Christendom | Overdenking | 26 Oktober 2008 | 15:41:27
Naastenliefde (2)

Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen.
Vandaag: Lucas 10:29-37 en Handelingen 9:36-42

Lucas 10:29-37 (NBG)

29 Maar hij wilde zich rechtvaardigen en zei tot Jezus: En wie is mijn naaste? 30 Daarop hernam Jezus en zei: Een zeker mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem niet alleen uitschudden, maar ook slagen gaven en weggingen, terwijl zij hem halfdood lieten liggen. 31 Bij geval daalde een priester af langs die weg; en deze zag hem, doch ging aan de overzijde voorbij. 32 Evenzo ging ook een Leviet langs die plaats, en hij zag hem en ging aan de overzijde voorbij. 33 Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam in zijn nabijheid, en toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen. 34 En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, goot er olie en wijn op; en hij zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. 35 En de volgende dag stelde hij de waard twee schellingen ter hand en zei: Verzorg hem en mocht gij meer kosten hebben, dan zal ik ze u vergoeden, op mijn terugreis. 36 Wie van deze drie dunkt u, dat de naaste geweest is van de man, die in handen der rovers was gevallen? 37 Hij zei: Die hem barmhartigheid bewezen heeft. En Jezus zei tot hem: Ga heen, doe gij evenzo.

Handelingen 9:36-42
36 En er was te Joppe (betekent “Mooi”) een discipelin, genaamd Tabita, (Tabitha (Aramees) betekent "vrouwelijke gazelle") hetgeen, vertaald, betekent Dorkas (Gr.: Gazelle). Deze was overvloedig in goede werken en aalmoezen, die zij gaf. 37 En het geschiedde in die dagen, dat zij ziek werd en stierf; en na haar gewassen te hebben, legde men haar in een bovenzaal. 38 En daar Lydda (Hebr.: Twist) dicht bij Joppe lag, zonden de discipelen, toen zij hoorden, dat Petrus daar was, twee mannen tot hem met het verzoek: Kom zonder dralen tot ons. 39 En Petrus stond op en ging met hen mede. Toen hij daar aangekomen was, bracht men hem naar de bovenzaal en al de weduwen kwamen bij hem staan, en lieten hem onder tranen al de lijfrokken en mantels zien, die Dorkas, toen zij nog bij hen was, gemaakt had. 40 Maar Petrus zond hen allen naar buiten en knielde neder en bad. En hij wendde zich tot het lichaam en zeide: Tabita, sta op! En zij opende haar ogen en zag Petrus en ging overeind zitten, 41 en hij gaf haar de hand en richtte haar op; toen riep hij de heiligen en de weduwen en stelde haar levend voor hen. 42 En het werd bekend door geheel Joppe en velen kwamen tot geloof in de Here.




De enige persoon die de gewonde reiziger, over wie wij in het Evangelie naar Lucas lazen, hielp, was een Samaritaan.

Deze man behoorde tot een volk met wie de Joden "geen omgang" hadden (Joh.4:9). Hij had zich heel gemakkelijk kunnen verontschuldigen door te zeggen dat de weg van Jeruzalem naar Jericho Joods grondgebied was en dat ongevallen op die weg daarom door de Joden afgehandeld moesten worden. maar dat deed hij niet

Hij had zich ook kunnen verschuilen achter het feit dat de Joden op de Samaritanen neerzagen, maar ook dat deed hij niet.

Hij ziet een man zonder kleren en half dood. Hij stelt geen vragen maar heeft onmiddellijk medelijden met hem. Onze Heer verlangt van ons dat we zijn voorbeeld volgen (Luk.10:37).

Als wij op de letterlijke betekenis afgaan, dan moet een christen altijd bereid zijn vriendelijkheid en broederliefde te tonen aan een ieder die in nood verkeert.
Onze vriendelijkheid moet zich niet beperken tot onze familie, vrienden en relaties. Wij moeten alle mensen liefhebben en vriendelijk zijn voor iedereen zodra de gelegenheid zich voordoet.

Wij moeten ervoor oppassen dat we degenen die hulp nodig hebben niet al te kritisch aanzien op hun verleden.

- Zijn zij werkelijk in moeilijkheden?
- Verkeren zij echt in nood?
- Hebben zij echt hulp nodig?
Dan moeten wij volgens deze gelijkenis bereid zijn om hen te helpen.

Wij moeten de hele wereld als onze gemeenschap beschouwen en het hele menselijk geslacht als onze naaste. Wij moeten de vriend trachten te zijn van een ieder die onderdrukt of verwaarloosd wordt, of beproefd wordt, of ziek is, of in de gevangenis is, of arm is, of wees of heiden is, of die van de honger omkomt, of stervende is.

Dit is het soort wereldwijde vriendschap die wij aan de dag moeten leggen. Hierbij moeten wij natuurlijk wel met tact en overleg te werk gaan, maar voor zo’n vriendschap hoeven wij ons nooit te schamen.

De goddelozen kunnen dit overdreven en fanatiek vinden en er spottend over doen, maar daar hoeven wij geen acht op te slaan. Door op deze manier vriendelijk te zijn voor alle mensen, laten wij iets van de geest zien die in Christus was.

- Wat zijn er toch maar weinig christenen die blijkbaar kunnen onthouden dat deze gelijkenis ooit geschreven is!
- Wat zijn er toch maar weinig christenen die blijkbaar begrepen hebben dat dit er ook voor hen staat!
Wat komen wij toch nog steeds enorm veel gierigheid, gemeenheid, kwaadaardigheid en wantrouwen tegen in de kerk! En hoe zelden zien wij iemand die werkelijk vriendelijk, meelevend, vrijgevig, ruimdenkend en hartelijk is, behalve tegenover zichzelf en zijn kinderen!  
 
geef een reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 354


Naastenliefde (1)
Religie/Christendom | Overdenking | 26 Oktober 2008 | 15:40:32
Naastenliefde (1)

Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen.
Vandaag: Lucas 10:29-37 en Jakobus 2:14-26
Lucas 10:29-37 (NBG)
     
29 Maar hij wilde zich rechtvaardigen en zei tot Jezus: En wie is mijn naaste? 30 Daarop hernam Jezus en zei: Een zeker mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem niet alleen uitschudden, maar ook slagen gaven en weggingen, terwijl zij hem halfdood lieten liggen. 31 Bij geval daalde een priester af langs die weg; en deze zag hem, doch ging aan de overzijde voorbij. 32 Evenzo ging ook een Leviet langs die plaats, en hij zag hem en ging aan de overzijde voorbij. 33 Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam in zijn nabijheid, en toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen. 34 En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, goot er olie en wijn op; en hij zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. 35 En de volgende dag stelde hij de waard twee schellingen ter hand en zei: Verzorg hem en mocht gij meer kosten hebben, dan zal ik ze u vergoeden, op mijn terugreis. 36 Wie van deze drie dunkt u, dat de naaste geweest is van de man, die in handen der rovers was gevallen? 37 Hij zei: Die hem barmhartigheid bewezen heeft. En Jezus zei tot hem: Ga heen, doe gij evenzo.
Jakobus 2:14-26 (NBG)
     
14 Wat baat het, mijn broeders, of iemand al beweert geloof te hebben, als hij geen werken heeft? Kan dat geloof hem behouden?
15 Stel, dat een broeder of zuster gebrek heeft aan kleding en aan dagelijks voedsel, 16 en iemand uwer zegt tot hen: Gaat heen in vrede, houdt u warm en eet goed, zonder hen echter van het nodige voor het lichaam te voorzien, wat baat dit? 17 Zo is het ook met het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood. 18 Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt geloof en ik heb werken. Toon mij dan uw geloof zonder de werken, en ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken. 19 Gij gelooft, dat God een is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen. 20 Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt? 21 Is onze vader Abraham niet uit werken gerechtvaardigd, toen hij zijn zoon Isaak op het altaar legde? 22 Daaruit kunt gij zien, dat zijn geloof samenwerkte met zijn werken, en dat dit geloof pas volkomen werd uit de werken; 23 en het schriftwoord werd vervuld, dat zegt: Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd. 24 Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof. 25 En is niet evenzo Rachab, de hoer, uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boodschappers in huis nam en langs een andere weg liet heengaan? 26 Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.


Wat komt echte broederliefde toch maar weinig voor, wat is het toch een zeldzaam en buitengewoon verschijnsel! Tot deze conclusie kunnen we wel komen als we het verhaal dat we net gelezen hebben even op ons laten inwerken.

Onze Heer vertelt ons van een reiziger die door dieven overvallen wordt, die alles van hem afstelen en hem vervolgens naakt, en gewond, ja, half dood langs de weg laten liggen.
Vervolgens vertelt Hij ons hoe een priester en een Leviet, de één na de ander, langs die zelfde weg komen en deze beroofde, en zwaar gewonde man zien liggen maar op geen enkele wijze hulp bieden.

Beide waren zij mannen die vanuit hun ambt en beroep gereed en bereid hadden moeten zijn iemand in nood te helpen. Je zou van hen verwachten dat zij direct hulp zouden bieden. Maar de één na de ander was te egoïstisch, te gevoelloos, of misschien ook wel te angstig (want de rovers zouden misschien nog wel in de buurt kunnen zijn) om ook maar de geringste hulp te bieden.

- Misschien dachten ze bij zichzelf, omdat zij niets wisten van de gewonde reiziger, dat hij misschien in moeilijkheden was geraakt door zijn eigen toedoen of wangedrag,
- Misschien dachten ze dat zij geen tijd hadden om te stoppen en hem te helpen.
- Misschien dachten ze dat ze wel genoeg aan hun eigen zaken hadden zonder dat zij zich ook nog eens bemoeiden met vreemdelingen.
Hoe dan ook, het resultaat was dat de één na de ander hem aan de andere kant van de weg voorbijging.

In deze beschrijving zien wij een exact beeld van wat er ook vandaag de dag nog voortdurend omgaat in de wereld.
Egoïsme is de overheersende karaktertrek van het overgrote deel van de mensheid. Die goedkope menslievendheid die niet meer kost dan een luttele bijdrage voor een goed doel is gewoon genoeg. Maar het soort zelfopofferende goedertierenheid die het niet uitmaakt hoeveel moeite het kost zolang er maar iets goeds van komt, is een genade die men zelden ziet.

Er zijn ook vandaag nog steeds duizenden mensen die in nood verkeren en die geen vriend of helper hebben. En er zijn nog steeds honderden "priesters en Levieten" die hen wel zien, maar hen aan de andere kant voorbij lopen.

Laten wij vooral niet teveel verwachten van de vriendelijkheid van de mensen. Want als wij dat wel doen zullen we wel eens zwaar teleurgesteld kunnen worden.
Te langer wij leven, te duidelijker wordt het ons dat er maar heel weinig mensen zijn die iets om hun naasten geven, tenzij ze er zelf op een of andere manier beter van kunnen worden.
Onbaatzuchtige, onzelfzuchtige, pure broederliefde is even schaars als diamanten en robijnen. Wij mogen wel heel dankbaar zijn dat onze Here Jezus Christus anders is dan de mensen!

Zijn vriendelijkheid en liefde blijven nooit in gebreke.
Hij stelt nooit iemand van Zijn vrienden teleur.  
 
geef een reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 274


Dienen vanuit liefde
Religie/Christendom | Overdenking | 26 Oktober 2008 | 15:39:21
Dienen vanuit liefde

Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen.
Vandaag: Lucas 8:1-3 en Mattheüs 25:31-46

Lucas 8:1-3
1 En het geschiedde kort daarna, dat Hij van stad tot stad en van dorp tot dorp trok, verkondigende het evangelie van het Koninkrijk Gods, en de twaalven met Hem, 2 en enige vrouwen, die genezen waren van boze geesten en van ziekten: Maria, met de bijnaam: van Magdala, van wie zeven boze geesten uitgegaan waren, 3 en Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna en vele andere, die hen dienden met hetgeen zij bezaten.
Mattheüs 25:31-46
31 Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon zijner heerlijkheid. 32 En al de volken zullen voor Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, 33 en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. 34 Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beerft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af. 35 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest, 36 naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen. 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven? 38 Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed? 39 Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen? 40 En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan. 41 Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. 42 Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij niet te drinken gegeven; 43 Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij niet gehuisvest, naakt en gij hebt Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt Mij niet bezocht. 44 Dan zullen ook zij Hem antwoorden en zeggen: Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of als vreemdeling, of naakt of ziek, of in de gevangenis, en hebben wij U niet gediend? 45 Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze minsten niet gedaan hebt, hebt gij het ook aan Mij niet gedaan. 46 En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.



Onze Heer was onvermoeibaar als het ging om goede werken te doen, en dit ongeacht de ontvangst die Hij kreeg (Luk.8:1). Het ongeloof van de mensen weerhield Hem er niet van Zijn werk voort te zetten. Hij was altijd bezig in de dingen van Zijn Vader.

Tijdens Zijn korte bediening verzette Hij heel veel werk. Laten wij die ons christenen of volgelingen van hem noemen, die naam ook waard zijn en hier een voorbeeld aan nemen en hard werken zolang het nog dag is en wij leven om weldaden te doen (1Joh.2:6). Laten we onze tijd toch goed gebruiken!

Er zijn maar heel weinig mensen die er enig idee van hebben wat er allemaal in twaalf uur gedaan kan worden, zolang men zich bij zijn werk houdt en de tijd niet verdoet met lanterfanten, luieren en beuzelarijen.

Er is nog maar heel weinig tijd, en het beangst me soms te zien dat satan daar kennelijk (zie de krant er maar op na!) meer van doordrongen is dan vele van Zijn volgelingen.

In de toekomende wereld zullen er
& geen onwetende mensen meer zijn die nog onderwezen moeten worden,
& geen rouwenden meer die nog getroost moeten worden,
& geen geestelijke duisternis meer die om verlichting vraagt,
& geen nood meer die gelenigd moet worden,
& geen pijn meer, die verzacht moet worden, en
& geen verdriet meer dat verzachting behoeft.

Nog iedere dag komen er zielen om die mogelijk gered hadden kunnen worden, als wij maar wat meer liefde voor onze Heiland hadden gehad. Maar helaas worden de voetbal wedstrijd, het Tv-programma, onze hobby, onze nieuwe auto, of de promotiekansen op het werk als veel belangrijker ingeschat, immers waarom zouden we dat anders voorrang verlenen boven het bestuderen van Zijn Woord en het getuigen ervan tot de mensen om ons heen?
En ondertussen vliegt de tijd!

Wij zien de macht van Gods genade en de dwingende invloed van de liefde van Christus in deze vrouwen. We kunnen ons goed voorstellen aan wat voor moeilijkheden deze heilige vrouwen het hoofd moesten bieden om discipelen van Christus te worden:
w de minachting en hoon van de Farizeeërs jegens alle discipelen van Christus,
w de harde woorden en de onheuse behandeling die iedere Joodse vrouw te beurt vielen die serieus over godsdienst nadacht.

Dankbaar echter voor de zegeningen die zij van de Heer hadden ontvangen en vernieuwd door de Heilige Geest, konden zij veel verdragen, konden zij zich vastklemmen aan onze Heer Jezus en niet bezwijken.

Het waren niet de vrouwen die onze Heer verraadden, Hem in de steek lieten en loochenden.
w Zij weenden en klaagden bij Zijn kruisiging.
w Zij stonden aan de voet van het kruis.
w Zij waren als eersten bij Zijn graf.
Laten alle vrouwen dit goed opmerken.

Drukke moeders, de vrouwen van goddeloze mannen en de dochters van wereldse ouders moeten Christus volgen, dienen en verheerlijken. De Heer geeft zijn trouwe volgelingen werk te doen (Luk.8:3).

Onze Heer die een mens was net als wij, behalve dat Hij niet heeft gezondigd, leefde uit het geloof in de voorzienigheid van Zijn vader. Hij stond het Zijn volgelingen toe Hem te dienen als teken van hun liefde en achting voor Hem.

Voor de ware liefde is het een vreugde alles te geven aan de geliefde. Laten we toch beseffen dat niet alleen hetgeen we zeggen, maar vooral ook hetgeen we doen een getuigenis is voor de wereld.
Wij laten immers door onze leefwijze voortdurend zien of wij de Christus liefhebben of de wereld. Wanneer wij de minste van de volgelingen van de Christus dienen, dan dienen wij daarmee ook de Christus.
 
geef een reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 287


Handelen uit liefde
Religie/Christendom | Overdenking | 26 Oktober 2008 | 15:38:29
Handelen uit liefde

Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen.
Vandaag: Lukas 9:51-56 en Mattheüs 5:43-48


Lukas 9:51-56
51 En het geschiedde, toen de dagen van zijn opneming in vervulling gingen, dat Hij zijn aangezicht richtte om naar Jeruzalem te reizen, 52 en Hij zond boden voor Zich uit. En zij gingen heen en kwamen in een dorp der Samaritanen om alles voor Hem gereed te maken. 53 En zij ontvingen Hem niet, omdat zijn aangezicht gericht was naar Jeruzalem. 54 Toen de discipelen Jakobus en Johannes dit bemerkten, zeiden zij: Heer, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van de hemel zal nederdalen om hen te verteren? 55 Doch Hij keerde Zich om en bestrafte hen. 56 En zij gingen naar een ander dorp.

Mattheüs 5:43-48
43 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. 44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief (St.V.: zegent die u vervloeken, doet wel dengenen, die u haten) en bidt voor (St.V.: die u geweld aandoen, en) wie u vervolgen, 45 opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? 47 En indien gij alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook de heidenen niet hetzelfde? 48 Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.




Een zeker Samaritaans dorp weigerde onze Heer gastvrijheid te verlenen, waarop Johannes en Jakobus een vreemd verzoek deden (Luk.9:53,54).

Dit was hoe we er ook tegenaan willen kijken ijver, en wel van een heel aannemelijk soort, ijver om de eer van Christus!
Het was een soort ijver die zowel gerechtvaardigd als ondersteund werd door een bijbels voorbeeld, en wel door het voorbeeld van Elias! Maar gelijktijdig was het ook ijver zonder overleg.

De twee discipelen vergaten dat ze rekening dienden te houden met de veranderde omstandigheden en ook dat een straf, als daar nu al sprake van moest zijn, ook altijd in verhouding moet staan tot de overtreding.

Zij bedoelden het weliswaar goed, maar toch was hun dwaling heel groot.
Dergelijke gebeurtenissen worden zorgvuldig vermeld, niet opdat wij met de vinger naar deze twee discipelen zouden kunnen wijzen, maar zodat wij er iets van kunnen leren.

!! - Het is mogelijk om heel veel ijver te hebben voor de Christus, maar er ondanks alle goede bedoelingen er op de meest ongeheiligde en onchristelijke manier uitdrukking aan te geven.
!! - Het is mogelijk bepaalde zaken goed te bedoelen en er zelfs steun voor te vinden in de Schrift zodat we ons gedrag op grond van bijbelteksten kunnen rechtvaardigen, en toch een heel ernstige fout te begaan.

Het is zo helder als glas dat het absoluut niet genoeg is om vol ijver te zijn en goede bedoelingen te hebben. Het komt immers wel vaker voor dat mensen de ernstigste fouten maken, terwijl men de beste bedoelingen had.

Geloofsijver zonder overleg is als een leger zonder generaal of als een schip zonder roer. Wij moeten dan ook bidden dat wij ten allen tijde de Schrift op de juiste wijze hanteren en toepassen.

Onze Heer spreekt een strenge veroordeling uit over vervolging die uitgevoerd wordt onder het mom van godsdienst (Luk.9:55). Onwellevendheid moet niet vergolden worden met geweld.

De opdracht van de Zoon was om goed te doen, nooit om kwaad te doen.
Zijn Koninkrijk zou worden groot gemaakt door geduldig weldaden te blijven verrichten en door ootmoedig en gedwee te lijden, maar nooit door gewelddadig en hard optreden.

De annalen van de kerkgeschiedenis zijn op vele plaatsen ontsierd door tal van godsdienstoorlogen en vervolgingen, omdat men heeft getracht de dwalingen van mensen hiermee op te lossen. Wij moeten echter goed beseffen dat onze wapens niet vleselijk zijn (2Cor.10:4).

Wij richten ons tot de wil en het geweten.
- Onze argumenten bestaan niet uit het zwaard, vuur en gevangenschap, maar uit leerstellingen, voorschriften en teksten.
- Onze beweegreden is niet de haat tot het foute, maar de liefde voor het goede.

De grootste overwinningen worden dan ook niet gehaald staand op het slagveld, maar geknield in de binnenkamer.
 
geef een reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 305


Het volgen van de Christus (2)
Religie/Christendom | Overdenking | 26 Oktober 2008 | 15:37:28
Het volgen van de Christus (2)

Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen.
Vandaag: Lucas 9:57-62 en Lukas 14:25-33

Lucas 9:57-62 (NBV)
57 Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’ 58 Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ 59 Tegen een ander zei hij: ‘Volg mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ 60 Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ 61 Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ 62 Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’
Lukas 14:25-33 (NBG)
25 Vele scharen reisden met Hem mede, en Zich omkerende zei Hij tot hen: 26 Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. 27 Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn. 28 Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen? 29 Anders zouden, als hij de fundering gemaakt had, en het werk niet kon voltooien, allen, die het zagen, beginnen hem te bespotten, 30 zeggende: Die man begon te bouwen, maar hij kon het niet voltooien. 31 Of, welke koning, die tegen een andere koning wil optrekken om met hem tot een treffen te komen, zet zich niet eerst neder om te beraadslagen, of hij in staat is met tienduizend man iemand te ontmoeten, die met twintigduizend tegen hem optrekt? 32 En zo niet, dan zendt hij, als de ander nog veraf is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden. 33 Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn.



De tweede uitspraak van onze Heer is gericht tot iemand die Hij uitnodigde om Hem te volgen (Luk.9.59). Hij ontving een heel opmerkelijk antwoord (Luk.9.59).

Waar de man om vroeg was op zich onschuldig.
Maar het tijdstip waarop hij zijn verzoek deed, was niet goed uitgekozen, want er waren zaken die van groter belang waren dan het regelen van de begrafenis van zijn vader. En die belangrijker zaken eisten zijn onmiddellijke aandacht op.
Er zouden altijd genoeg mensen zijn die bereid en in staat waren de begrafenis te regelen. Maar op dat moment was er een dringend tekort aan arbeiders om het werk van de Christus te doen. En zodoende kreeg hij een streng antwoord op zijn verzoek (Luk.9.60).

Ik geloof niet dat Jezus hier bedoelde te zeggen dat hij niet bij de begrafenis van zijn vader mocht zijn om zijn vader de laatste eer te brengen. Wel geloof ik dat Jezus ons met deze uitspraak wil leren dat wij ons gezin of onze maatschappelijke verplichtingen niet in de weg moeten laten staan van onze plicht jegens Christus.

De kinderen van de Koning der koningen behoren door hun gedrag duidelijk te laten merken dat de toekomende wereld de grotere werkelijkheid uitmaakt die hen vervult. Het werk van hun Meester wacht op hen en Zijn werk moet op de eerste plaats komen in hun hart.


De derde opmerking van onze Heer was gericht tot iemand die uit zichzelf aanbood Hem te volgen maar zijn aanbod bedierf door er een verzoek aan te verbinden (Luk.9.61).

Het antwoord dat hij krijgt toont duidelijk aan dat hij zijn hart nog niet geheel aan de dienst van Christus had verbonden en dat hij daarom nog ongeschikt was om een discipel te zijn.

Hieruit leren wij dat het onmogelijk is Christus te dienen met een verdeeld hart.
Als wij ook maar ergens naar omzien in de wereld zijn we niet geschikt als discipelen. Mensen die omzien willen omkeren.

Jezus weigert zijn troon met wie dan ook te delen, zelfs niet met ons naaste verwanten. Hij wil ons hart helemaal of anders helemaal niet.

Wij moeten natuurlijk onze vader en moeder eren en een ieder om ons heen liefhebben. Maar wanneer de liefde voor Christus en de liefde voor onze familie
met elkaar botsen, moet de Christus voorgaan. Het kan hartverscheurend zijn
tegen diegenen in te gaan die ons lief zijn, maar soms is een dergelijke
handelwijze absoluut noodzakelijk voor onze zaligheid.

Hiermee zeg ik niet dat dit als een wettisch iets moet gelden en dat er daarom maar huwelijken op de klippen moeten lopen zoals ik dat in het verleden uit Amerika hoorde.
Daar was een vrouw die haar man en haar gezin in de steek liet omdat zij ‘voelde’ dat de Heer haar voor de rest van haar leven naar Afrika had geroepen. De man meende dat niet niet een roepen van de Heer, maar slechts haar gevoel was. Het liep uiteindelijk uit op een echtscheiding, die, zo zei ze, voor haar nodig was om haar 'heer' (welke 'heer' diende zij?) te kunnen dienen. Drie kleine kinderen werden hier de dupe van. Een half jaar later, nog voor ze de taal meester was en ze iets had kunnen doen, stierf de vrouw aan een ziekte die ze daar had opgelopen.

Houd dit in gedachten: Ik ken mijn Heiland als Iemand Die heel maakt en geneest, niet als Eén Die verscheurd en in ellende stort.
Als het zo is dat u een roeping krijgt voor een ander land dan mag dat bevestigd worden doordat uw partner de zelfde roeping krijgt – Vergeet niet dat toen u trouwde u één werd.
 
geef een reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 285


Het volgen van de Christus (1)
Religie/Christendom | Overdenking | 26 Oktober 2008 | 15:36:34
Het volgen van de Christus (1)

Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen.
Vandaag: Lucas 9:57-62 en 2 Timotheüs 2:1-7

Lucas 9:57-62 (NBV)
57 Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’ 58 Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ 59 Tegen een ander zei hij: ‘Volg mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ 60 Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ 61 Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ 62 Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’
2 Timotheüs 2:1-7(NBV)
1 Gij dan, mijn kind, wees krachtig in de genade van Christus Jezus, 2 en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten. 3 Lijd met de anderen als een goed soldaat van Christus Jezus. 4 Tijdens de veldtocht wordt geen soldaat gemoeid in de zorg voor zijn onderhoud; hij heeft slechts hem te voldoen, door wie hij aangeworven is. 5 En is iemand een kampvechter, dan ontvangt hij de krans alleen, als hij volgens de regels van de kamp heeft gestreden. 6 De landman, die de zware arbeid verricht, moet het eerst van de vruchten genieten. 7 Let wel op wat ik zeg, want de Here zal u in alles inzicht geven.




Het eerste van Jezus’ antwoorden in dit Bijbelgedeelte was gericht tot iemand die uit zichzelf aanbood de Christus onvoorwaardelijk te volgen (Luk.9:57).

Het aanbod klonk goed. Het was in vergelijking met de reacties van de andere mensen een hele vooruitgang. Er waren al duizenden mensen geweest die naar de preken van Jezus geluisterd hadden en tot dusverre er was nog niet één geweest die er aan gedacht om te zeggen wat deze man zei.
Maar toch.., kennelijk sprak deze man zonder er ooit over nagedacht te hebben wat dit ‘volgen’ precies zou inhouden. Dat hij hiervoor zaken moest opgeven of inleveren was kennelijk nog niet bij hem opgekomen. Hij had de kosten van het volgen nog niet opgeteld. En daarom kreeg hij de reactie die hij met zijn verzoek opriep (Luk.9:58).

Hij moest niet denken dat het allemaal even aangenaam zou zijn in de dienst van onze Heer en evenmin dat het allemaal van een leien dakje zou gaan. Was hij hier wel op voorbereid? Was hij in zijn volgen ook bereid ontberingen te lijden? (2Tim.2:3).
Zo niet, dan kon hij maar beter zijn aanbod de Christus te volgen weer intrekken.

Laten wij hiervan leren dat onze Heer iedereen die christen meent te zijn, die zich een volgeling van de Christus noemt, eraan wil herinneren dat zij hun kruis moeten dragen. Zij moeten bereid zijn om net als hun Meester, veracht, bezocht, beproefd, en door de wereld uitgespuwd te worden, en misschien zelfs uit de 'synagoge' geworpen te worden.

Hij is geen slechte werkgever die zijn personeel tal van mooie zaken voorspiegelt terwijl hij weet dat het heel anders zal lopen. Neen. Jezus wil niemand aannemen onder valse voorwendselen. Hij laat ons precies weten waarop het staat. Hij wil dat iedereen goed begrijpt dat er een strijd moet worden geleverd en dat er moet worden gewerkt en dat we veel zullen moeten verduren als wij Hem willen volgen.

Hij staat klaar om een heerlijke zaligheid te geven, die we zonder geld en zonder prijs kunnen ontvangen. Hij heeft ons laten weten dat dit voor iedere zondaar die tot Hem komt klaar staat. Er zal er genade zijn op de weg en glorie aan het eind.

Maar gelijktijdig wil Hij ons niet onkundig laten van het feit dat wij dodelijke vijanden zullen hebben als wij Zijn volgelingen willen zijn: de wereld; het vlees; de duivel; en diegenen die ons haten, lasteren en vervolgen.
Hij wil ons niet ontmoedigen, maar Hij wil wel dat wij de waarheid weten.

Menigeen begint aan het godsdienstig leven vol ijver en vuur maar langzamerhand raken zij over hun eerste gevoelens van liefde heen en keren zij terug naar de wereld.
Het nieuwe uniform, de toelage en de naam van christensoldaat stond hen wel aan. Maar zij hadden geen rekening gehouden met het wachtlopen, het oorlog voeren, de wonden en de conflicten waar christensoldaten mee te maken krijgen.

Dit hoeft ons niet bang te maken de dienst van Christus op te vatten maar het zou er wel aan moeten bijdragen dat we die dienst beginnen met een behoedzame en ootmoedige geest en met veel gebed om genade.
 
geef een reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 294


Blijdschap over bekering
Religie/Christendom | Overdenking | 26 Oktober 2008 | 15:35:01
Lucas 10:21-24

Blijdschap over bekering

Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen.
Vandaag: Lucas 10:21-24 en 1 Petrus 1:8-12
Lucas 10:21-24
     
21 Terzelfder tijd verblijdde Hij Zich door de Heilige Geest en zei: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderen geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. 22 Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader, en wie de Vader is, dan de Zoon, en wie de Zoon het wil openbaren. 23 En Zich afzonderlijk tot de discipelen wendende, zei Hij: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet. 24 Want Ik zeg u: Vele profeten en koningen hebben willen zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien, en horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord.
1 Petrus 1:8-12
     
8 Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, 9 daar gij het einddoel van het des geloof bereikt, dat is de zaligheid der zielen. 10 Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade geprofeteerd hebben, 11 terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna. 12 Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar u dienden met die dingen, welke u thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is, u het evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan.


We lezen niet vaak in de Bijbel dat Onze Here zich verheugde. In feite is dit de enige keer dat wij kunnen lezen dat de Christus zich verblijdt (Luk.10:21).

En wat was de oorzaak van Zijn vreugde?
De bekering van zielen!

Hij verheugde Zich omdat de zwakken en nederigen onder de Joden het Evangelie hadden aangenomen terwijl de wijzen en de geleerden het verwierpen. Onze Heer zag veel in de wereld dat Hem verdriet deed, niet in de laatste plaats de koppige verblinding en het ongeloof van de meeste mensen, maar toen Hij een paar mensen zag die geloofden was zijn hart verkwikt.

Laten wij als christenen Zijn voorbeeld volgen.
In de zaligmaking van zondaren zien wij de almacht van God (Luk.10:21).

Waarom sommige mensen wel en anderen niet worden bekeerd kunnen wij niet zeggen. Wij kunnen alleen maar de woorden van onze Heer erkennen (Luk.10:21) en ons ervan bewust zijn dat de almacht van God niet afdoet aan onze verantwoordelijkheid.

Dezelfde God Die alle dingen doet naar de raad van Zijn wil, richt Zich tot ons als verantwoordelijke schepsels, als wezens die het aan zichzelf te wijten hebben als zij verloren gaan.
Wereldse wijsheid maakt de mensen vaak trots en vergroot hun vijandschap tegen het Evangelie. Niets maakt ons zo blind voor de schoonheid van het Evangelie als het ijdele waanidee dat wij niet zo slecht en onwetend zijn als anderen, en dat onze persoon wel aan onderzoek kan worden onderworpen, omdat wij wel goed genoeg zouden zijn.

Het besef dat wij slecht zijn en niets weten is de eerste stap in de richting van echte goedheid en zaligmakende kennis. Onze Heer spreekt van Zijn eigen majesteit en waardigheid zoals geen aartsvader, apostel of heilige dat zou kunnen (Luk.10:22).

Hij is onderscheiden van de Vader en toch volkomen één met Hem; Hij kent Hem op een onbeschrijfelijke wijze. De mensen die het Evangelie horen hebben speciale voorrechten (Luk.10:23-24).

De volle betekenis van deze woorden zal vóór de dag des oordeels waarschijnlijk nooit door christenen worden begrepen. Wij hebben waarschijnlijk slechts een heel flauw idee van de enorme voordelen die gelovigen te beurt zijn gevallen sinds Christus in de wereld is gekomen.

Het verschil tussen de kennis van een gelovige onder het Oude Testament die vooruitziet naar Christus, en een gelovige onder het Nieuwe Testament, die achterom ziet, is als het verschil tussen dag en nacht, tussen winter en zomer, tussen een kind en een volwassen man.
 
geef een reactie | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 266


 

Home   weblog sinds: 2007-12-04

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.